Acuut / Calculator
Richtlijnen
UpToDate
Literatuur
Key Studies
PubMed Zoeken
Extra Informatie
* Aanvullend ter illustratie en voor educatieve doeleinden. Mogelijk niet volledig of up-to-date. Gebruik altijd de officiële richtlijnen.
In samenwerking met Nick van Es:
-
Hypertensief spoedgeval is hypertensie waarbij directe bloeddrukverlaging noodzakelijk is om acute hypertensie-gemedieerde orgaanschade te voorkómen (hart, aorta, hersen, nieren, retina)
-
Hypertensieve urgentie bestaat niet meer
-
Wanneer aan denken?
-
Bloeddruk >200 mmHg of diastolisch >120 mmHg of een recent gedocumenteerde sterke bloeddrukstijging in combinatie met klachten van hoofdpijn en/of visusstoornissen
-
Een sterk verhoogde bloeddruk en acute neurologische of cardiale klachten: pijn op de borst, pijn tussen schouderbladen, dyspnoe, neurologische uitvalsverschijnselen, verminderd bewustzijn
-
Vaak een kip-ei scenario waarbij maligne hypertensie de oorzaak kan zijn van acute orgaanschade (echt hypertensief spoedgeval), maar hypertensie ook het gevolg kan zijn van een acute aandoening (reactieve hypertensie).
-
-
Maligne hypertensie leidt tot endotheelactivatie door shear stress met loslating endotheelcellen en activatie stolling door subendotheliaal TF als gevolg. Daardoor fragmentocyten, hoog LDH en milde trombopenie. Daarnaast leidt maligne hypertensie tot paradoxale RAAS activatie door druknatriurese (leidend tot renineproductie door verhoogd aanbod natrium in distale tubulus) en verdikking van afferente arteriolen (leidend tot glomerulaire ischemie en daardoor renineproductie). Dit kan leiden tot hypokaliëmie en hyponatriëmie (door ADH productie).
-
Hypertensieve encefalopathie: ernstige hypertensie gepaard gaande met veranderd bewustzijn (variërend van traagheid of sufheid tot coma), convulsies, delier of corticale blindheid zonder andere oorzaak (CVA, SAB, TTP-HUS).
-
Hypertensieve retinopathie: ernstige verhoging van de bloeddruk (meestal boven 120 mmHg diastolisch) met bilateraal vlamvormige bloedingen en/of zachte exsudaten (graad III) met of zonder papiloedeem (graad IV); gaat meestal samen met een stoornis in de cerebrale autoregulatie.
Feedback formulier
Is er een link kapot of verouderd?
Suggesties voor extra informatie voor dit artikel?
Vul dit formulier in en je hebt bijgedragen aan het up-to-date houden van interne.nl
Invullen